19jan

Comments closed
19JAN
by Nathalie Verpaalen Comments closed

19 januari 2017:

Kritiek op rechters om omzeilen taakstrafverbod:

 

In het NRC stond vandaag een artikel waarin rechters het verwijt gemaakt werd dat zij het taakstrafverbod omzeilden. Daarbij werd gesteld dat rechters in zware zaken geen taakstraf op mogen leggen, maar dat dit in de praktijk wel gebeurt. Het NRC doelt in het artikel op de naleving van de Wet beperking taakstraffen, en de toepassing in de praktijk. Maar waarom is deze kritiek volkomen onterecht en leeft strikte naleving van de Wet beperking taakstraffen onhoudbare situaties op?

 

Rechters willen maatwerk leven. Zij moeten op grond van artikel 350 van het Wetboek van Strafvordering namelijk, bij oplegging van een straf of maatregel, beoordelen welke straf en/of maatregel passend en geboden is. Daarbij wordt dan gekeken naar welke straf of maatregel past als reactie op het bewezen verklaarde (strafbare) feit, en welke straf en/of maatregel past bij de verdachte en diens persoonlijke omstandigheden. Het moge daarbij duidelijk zijn, dat het constant rekening houden is met de verdachte en de maatschappij, en dat die belangen elkaar nog wel eens bijten.

 

Dat rechters soms tussen twee (of meer) kwaden te kiezen hebben, blijkt wel uit de reactie van mevrouw mr. Van Rens, rechter in Den Haag. Zij stelt dat het verbod haar beperkt in haar vrijheid (als rechter).

 

“Het gemak waarmee mensen de gevangenis in worden gegooid. (…) Mensen moesten eens weten hoeveel impact het heeft. Je bent je woning kwijt na twee maanden, je werk, krijgt problemen met je gezin en als je eruit komt is er niets om terug te vallen. Er zijn een heleboel gevallen waarin dat terecht is maar een aantal gevallen waarin dat schuurt. Waarvoor nu juist die taakstraf is bedoeld. Ook wanneer het gaat om zeden- en geweldszaken. (…) Het komt voor dat ik maar één dag cel opleg als ik een taakstraf passender vind.”

 

Feit is dat vandaag de dag in de rechtspraktijk niet zelden een gevangenisstraf voor de duur van een dag wordt opgelegd, in combinatie met een gevangenisstraf. Dit, om de straf niet in strijd met de Wet beperking taakstraf te laten zijn, maar om ook tegemoet te komen aan de belangen van de verdachte. Een voorbeeld hiervan is de Valkenburgse zedenzaak. Tegen de uitspraak van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch in de zaken van zes verdachten, ging het Openbaar Ministerie overigens in cassatie.

 

Dat dus ook in dusdanig ernstige zaken sprake is van een dusdanige oplegging van straffen, niet in strijd met de Wet beperking taakstraffen, geeft wel blijk van het feit dat rechters niet met die wet uit de voeten kunnen. De Wet komt dus in het geheel niet tegemoet aan de praktijk.

 

Het is dan ook tijd dat de wetgever met de Wet beperking taakstraffen aan de slag gaat.

 

Klik hier voor het artikel in het NRC.

 

Klik hier voor het artikel in het Algemeen Dagblad met de reactie van mevrouw mr. Rens.

 

Comments are closed.