14mrt

Comments closed
14MRT
by Nathalie Verpaalen Comments closed

14 maart 2017:

 

Hoge Raad casseert arrest Gerechtshof in zaak Albert Heringa:

 

Albert Heringa werd verdacht van hulp bij zelfdoding van zijn 99-jarige moeder. Zijn moeder verbleef in een verzorgingstehuis, leed aan hartfalen, had ernstige rugklachten en was nagenoeg blind. In juni 2008 besloot Heringa daarom op haar uitdrukkelijke verzoek om haar medicijnen te verstrekken, teneinde haar hulp bij zelfdoding te bieden. Heringa nam het hele proces op video op, waaronder het gesprek waarin zijn moeder te kennen geeft dat zij klaar was met haar leven. Deze beeldopnamen zijn op 8 februari 2010 getoond in de documentaire ‘De laatste wens van Moek. Een zelf geregisseerde dood.’, in het televisieprogramma Netwerk. Daarop is Heringa vervolgd wegens hulp bij zelfdoding.

 

Door de Rechtbank is Heringa een rechterlijk pardon verleend op grond van artikel 9a van het Wetboek van Strafvordering. De Rechtbank achtte Heringa strafbaar omdat onvoldoende duidelijk was geworden dat door hem geen andere arts gevonden kon worden om hulp aan zijn moeder te bieden.

 

Het Gerechtshof in Arnhem oordeelde anders, en sprak Heringa vrij. Het Gerechtshof accepteerde dat er geen andere redelijke oplossing was voor Heringa en zijn moeder, en honoreerde een beroep op psychische overmacht. Daarmee meende het Gerechtshof dat in redelijkheid niet van Heringa kon worden verwacht, dat hij in deze situatie anders handelde. Volgens het Gerechtshof was het handelen van Heringa dan ook zorgvuldig en transparant, en daarom niet strafbaar.

 

Heringa heeft zich in deze strafzaak beroepen op noodtoestand, een vorm van overmacht. Een dergelijk beroep kan worden gedaan bij een conflict van plichten, waarbij een strafbaar feit wordt gepleegd en dus de plicht om de strafwet na te leven niet wordt opgevolgd om aan een moreel zwaarder wegende plicht voorrang te geven. Van een burger kan dan in redelijkheid niet worden verlangd, anders te handelen door dit conflict van plichten. Volgens Heringa was er voor hem zo’n noodtoestand, omdat de huisarts had geweigerd medewerking te verlenen aan euthanasie en hij zich moreel verplicht voelde zijn moeder te helpen bij het realiseren van de door haar uitdrukkelijk gewenste pijnloze, vredige en waardige dood. Als dit beroep op noodtoestand slaagt, is de hulp bij zelfdoding straffeloos.

 

Naar aanleiding van het arrest van het Gerechtshof, ging het Openbaar Ministerie in cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden. De Hoge Raad oordeelde daarop vandaag dat het arrest van het Gerechtshof onvoldoende is gemotiveerd, en casseert het arrest van het Gerechtshof daarom. De zaak wordt daarom terug verwezen naar een Gerechtshof en opnieuw dient te worden beoordeeld.

 

De Hoge Raad oordeelde zodanig, omdat zij meent dat bij hulp bij zelfdoding door iemand die geen arts, is een beroep op noodtoestand slechts bij hoge uitzondering kan worden geaccepteerd. De Hoge Raad meent dan ook dat de terughoudendheid bij het aanvaarden van een beroep op noodtoestand ook nodig is in het licht van het maatschappelijke en politieke debat over levensbeëindiging op verzoek dat nu volop wordt gevoerd. De Hoge Raad oordeelt dat het hof het beroep van Heringa op zo’n uitzonderlijke noodtoestand hier veel te gemakkelijk heeft gehonoreerd, en daarom dus lijdt aan een motiveringsgebrek.

 

Klik hier voor het arrest van de Hoge Raad der Nederlanden.

 

Klik hier voor het persbericht van de Hoge Raad der Nederlanden.

 

Klik hier voor een artikel op nu.nl.

 

Klik hier voor een artikel van de NOS.

 

 

Comments are closed.