03mrt

Comments closed
03MRT
by Nathalie Verpaalen Comments closed

3 maart 2015:

 

Geen strafvervolging naast alcoholslotprogramma:

 

Op 3 maart 2015 heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in de zaak rondom het opleggen van deelname aan een alcoholslotprogramma in combinatie met eventuele strafvervolging.

 

De Hoge Raad heeft beslist dat  het alcoholslotprogramma een bestuurlijke maatregel is die wordt opgelegd door het Centraal Bureau voor Rijvaardigheidsbewijzen, waaraan een rechter dus niet te pas komt. Desalniettemin oordeelt de Hoge Raad dat deze situatie, waarin het Centraal Bureau voor Rijvaardigheidsbewijzen het alcoholslotprogramma oplegt, erg lijkt op de situatie dat de rechter een individu straft. Hoewel in deze zaak artikel 68 van het Wetboek van Strafrecht niet van toepassing is, oordeelt de Hoge Raad dat het ne bis in idem-beginsel, dat aan artikel 68 ten grondslag ligt, op gespannen voet staat met gelijktijdige toepassing van het alcoholslotprogramma en een strafvervolging. Men mag dus niet twee maal vervolgd worden voor – in essentie – hetzelfde feit.

 

De Hoge Raad oordeelde:

 

‘ Art. 68 Sr. is op het onderhavige geval niet van toepassing, omdat niet sprake is van – kort gezegd – meerdere onherroepelijke beslissingen van de strafrechter.

 

Er bestaat echter een sterke gelijkenis tussen de strafrechtelijke vervolging in gevallen als het onderhavige en de procedure die leidt tot oplegging van een asp, welke gelijkenis blijkt wanneer op de onderhavige situatie de vergelijkingsfactoren worden toegepast die in de rechtspraak van de Hoge Raad zijn ontwikkeld ten behoeve van de beoordeling van de vraag of sprake is van ‘hetzelfde feit’ als bedoeld in art. 68 Sr en art. 313 Sv (vgl. HR 1 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM9102, NJ 2011/394). Een dergelijke vergelijking leidt tot de slotsom dat enerzijds de procedure die leidt tot oplegging van het asp en anderzijds de strafrechtelijke vervolging hun oorsprong vinden in hetzelfde feit als in die rechtspraak bedoeld. De aan de betrokkene verweten gedraging is immers identiek, te weten (nader bepaalde gevallen van) rijden onder invloed, terwijl de beschermde rechtsgoederen in hoge mate vergelijkbaar zijn, te weten de bevordering van de verkeersveiligheid.

 

Daarnaast geldt dat voor de betrokkene de gevolgen van het opleggen van het asp en de van het instellen van een strafvervolging te verwachten strafrechtelijke sancties in hoge mate overeenkomen, nu beide voor de betrokkene kunnen leiden tot een ingrijpende beperking van de rijbevoegdheid en oplegging van een wezenlijke betalingsverplichting.

 

Aldus komt naar voren dat zich hier een uitzonderlijke – van andere gevallen waarin een bestuursrechtelijk en een strafrechtelijk traject samenlopen, afwijkende – situatie voordoet die op gespannen voet staat met het, aan art. 68 Sr ten grondslag liggende, beginsel dat iemand niet twee maal kan worden vervolgd en bestraft voor het begaan van hetzelfde feit.’

 

Gaat het Openbaar Ministerie toch over tot vervolging na oplegging van een alcoholslotprogramma, dan is het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk in die vervolging.

 

Tot slot geldt wel, dat de Hoge Raad onmiddellijk met het oog op de zaken die inmiddels zijn afgedaan met een onherroepelijke veroordeling, stelt dat het oordeel van de Hoge Raad in deze zaak niet kan worden aangemerkt als een novum, zoals bedoeld in artikel 457 lid 1 sub c van het Wetboek van Strafvordering, in het kader van de herziening.

 

Klik hier voor het arrest van de Hoge Raad.

Comments are closed.