25jan

Comments closed
25JAN
by Nathalie Verpaalen Comments closed

25 januari 2017:

Frustreren recht op advocaat bij politieverhoren leidt niet altijd tot sanctie:

Prof. Mr. Jan Boksem, advocaat te Leeuwarden, plaatst een kritische noot onder recente uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en van de Hoge Raad der Nederlanden, in het vaktijdschrift Nieuwsbrief Strafrecht van 24 januari 2017. Gesignaleerd wordt dat het recht voor verdachten op rechtsbijstand in het vooronderzoek, fors gerelativeerd is. Hoewel het recht op bijstand door een advocaat van vitaal belang is voor een eerlijk proces zoals bedoeld in het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, leidt schending van dit recht niet in alle gevallen tot uitsluiting voor het bewijs van de verklaring die de verdachte in strijd met diens recht heeft afgelegd.

 

In de uitspraak van het EHRM ging het om verdachten in het Verenigd Koninkrijk. Zij werden verdacht van betrokkenheid bij bomaanslagen die in juli 2005 in de Londense metro, en in een bus in het centrum van de stad hadden plaatsgevonden. Bij de verhoren waren – ondanks uitdrukkelijke verzoeken van de verdachten daartoe – geen raadslieden aanwezig. Volgens het EHRM betekent het feit dat verdachten zijn gehoord in strijd met het recht op rechtsbijstand niet per definitie dat de verklaring niet voor het bewijs mogen worden gebruikt. Volgens het EHRM is het toegestaan het verhoor zonder raadsman te starten als er dwingende of zeer zwaarwegende belangen zijn voor de beperking van het recht (op verhoorsbijstand) voor verdachten. Bovendien moet gekeken worden in hoeverre de beperking van het recht invloed heeft gehad op de eerlijkheid van het gehele proces.

 

Als gevreesd wordt dat nieuwe aanslagen worden gepleegd – zoals in de kwestie in het Verenigd Koninkrijk – is voldoende aannemelijk dat het recht op rechtsbijstand tijdelijk terzijde kan worden geschoven. Als vervolgens voldoende mogelijkheden beschikbaar zijn om op verklaringen terug te komen, zoals die in strijd met het recht op rechtsbijstand c.q. verhoorsbijstand zijn afgelegd, is geen sprake van schending van een eerlijk proces zoals bedoeld het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens.

 

Prof. mr. Boksem concludeert in zijn annotatie dat, hoewel de toegang tot de raadsman een belangrijke waarborg vormt voor een eerlijk proces, het tijdelijk niet kunnen uitoefenen van rechten in een strafproces niet in alle gevallen betekent dat de verklaring niet voor het bewijs gebruikt kan worden. Hij stelt:

 

“Wanneer iedere minuut telt, omdat er bijvoorbeeld een bom ligt te tikken of een baby is ontvoerd, is het goed verdedigbaar dat wordt besloten om alvast met het verhoor van de verdachte te beginnen zonder dat de raadsman daarbij aanwezig is en zonder dat de verdachte vooraf met een raadsman heeft kunnen spreken. Het verhoor is in zo’n (uitzonderlijk) geval niet (primair) gericht op waarheidsvinding of bewijsverkrijging, maar is bedoeld om een einde te maken aan een acute en mogelijk levensbedreigende situatie. Het lijkt redelijk om dan de verklaring die tot stand is gekomen zonder dat de verdachte vooraf een raadsman heeft kunnen consulteren en zonder dat hij door een raadsman werd bijgestaan, buiten het strafdossier te houden.” Gelet echter op de recente uitspraken ligt het echter niet voor de hand dat de rechter verklaringen die zijn afgelegd zonder dat de verdachte zijn recht op toegang tot een raadsman heeft kunnen uitoefenen voor het bewijs uitsluit.

 

Het recht op toegang tot een raadsman is en blijft belangrijk, ook voor het EHRM. “Het wordt interessant om te zien of het recht aan betekenis zal gaan inboeten als gevolg van de relativering die het EHRM thans heeft aangebracht op de Salduz-norm (…), en hoe de praktijk zich in Nederland verder zal gaan ontwikkelen.”

 

Klik hier voor de volledige annotatie van prof. mr. Boksem.

Comments are closed.