08nov

Comments closed
08NOV
by Nathalie Verpaalen Comments closed

8 november 2016:

 

Advies Advocaat-generaal Spronken inzake hulp bij zelfdoding:

 

In de zaak contra de heer Albert Heringa, de man die zijn hoogbejaarde moeder hielp bij euthanasie, stelt Advocaat-generaal Spronken, dat Heringa niet strafbaar zou moeten zijn. Heringa hielp zijn moeder, ‘Moek’ van 99, een einde te maken aan haar leven in 2008.

 

Eerder oordeelde het Gerechtshof te Arnhem al, dat Heringa diende te worden ontslagen van alle rechtsvervolging. Dat oordeel dient in stand te blijven, adviseert de Advocaat-generaal aan de Hoge Raad der Nederlanden.

 

De zaak Heringa:

In 2008 hielp Heringa zijn moeder een einde te maken aan haar leven en werd daarvoor vervolgd. De moeder van Heringa verbleef in een verzorgingstehuis, leed aan hartfalen, had ernstige rugklachten en was nagenoeg blind.

 

Heringa besloot zijn moeder te helpen met sterven, toen hij zag dat ze zelf pillen had verzameld die niet geschikt waren voor zelfdoding. Dat gebeurde nadat haar huisarts had gezegd dat hij geen euthanasie wilde uitvoeren. Heringa gaf zijn moeder de pillen waarmee ze haar leven vrijwillig beëindigde. De vrouw vond haar leven voltooid en wilde sterven.

 

Volgens de Advocaat-generaal heeft Heringa zijn moeder op haar uitdrukkelijke verzoek medicijnen verstrekt, die zij vervolgens heeft ingenomen, waarna ze is overleden. Heringa heeft dit hele proces op video opgenomen, waaronder een gesprek waarin zijn moeder zei dat ze klaar was met het leven. De beeldopnamen zijn op 8 februari 2010 in de documentaire De laatste wens van Moek. Een zelf geregisseerde dood, uitgezonden in het programma Netwerk. Klik hier voor de uitzending van Netwerk.

 

Het verloop van de procedure:

In deze zaak oordeelde de Rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, aanvankelijk, dat Heringa schuldig was aan hulp bij zelfdoding. De Rechtbank sprak daarbij een rechterlijk pardon uit, waarbij zij conform artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht een schuldigverklaring zonder oplegging van straf of maatregel uitsprak. De Rechtbank von dat Heringa uit naastenliefde had gehandeld. Het Openbaar Ministerie ging in hoger beroep tegen dit vonnis. Klik hier voor het persbericht van de NOS naar aanleiding van het vonnis van de Rechtbank.

 

Bij het Gerechtshof te Arnhem werd Heringa vervolgens vorig jaar ontslagen van alle rechtsvervolging, naar aanleiding van een geslaagd beroep op de noodtoestand. Dit, omdat sprake was van een vorm van overmacht, doordat de huisarts van de moeder van Heringa medewerking had geweigerd bij de euthanasie. Heringa voelde zich daarop moreel verplicht om zijn moeder te helpen bij het realiseren van een pijnloze, vredige en waardige dood, die ze zelf uitdrukkelijk had gewenst.

 

Heringa had volgens het Gerechtshof zeer zorgvuldig en transparant gehandeld, waarbij hij alles heeft gefilmd, ook omdat hij het publieke debat over hulp bij zelfdoding wilde aanzwengelen. Het Openbaar Ministerie was het niet eens met het oordeel van het Gerechtshof, en ging daarom in cassatie bij de Hoge Raad der Nederlanden.

 

Volgens het Openbaar Ministerie heeft het Gerechtshof niet goed genoeg gemotiveerd waarom er bij Heringa sprake zou zijn van een noodtoestand, en het Openbaar Ministerie vindt de eisen die het Gerechtshof heeft gesteld aan het handelen van Heringa niet streng genoeg.

 

De conclusie van de Advocaat-generaal:

 

De Advocaat-generaal heeft zich gebogen over de vraag wanneer iemand die geen arts is, toch een beroep op een noodtoestand kan doen. Zij vindt de beslissing van het Gerechtshof, luidende dat er sprake was van een ‘bijzondere uitzonderingssituatie’, in tegenstelling tot het Openbaar Ministerie, wel goed gemotiveerd.

 

De Advocaat-generaal wijst erop dat, uit deze beslissing geen algemene conclusies kunnen worden getrokken over de vraag wanneer iemand die geen arts is, hulp verleent bij zelfdoding. Of er sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie, moet volgens haar van geval tot geval door de rechter worden beoordeeld. Het is dus een zeer casuïstisch leerstuk.

 

De Hoge Raad doet naar verwachting in maart 2017 uitspraak in deze zaak.

 

Klik hier voor het advies van de Advocaat-generaal, mevrouw mr. Spronken.

 

Klik hier voor het persbericht van de NOS de dato 8 november 2016.

Comments are closed.