23nov

Comments closed
23NOV
by Nathalie Verpaalen Comments closed

23 november 2016:

 

Aanhouding in de meervoudige moordzaak tegen Admilson R.:

 

Het Gerechtshof Leeuwarden zou op 23 november 2016 uitspraak doen in de meervoudige moordzaak tegen Admilson R., alsmede in de strafzaak tegen zijn broer (medeverdachte).

 

Na veroordeling in eerste aanleg door de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen, gingen zowel client, als zijn broer, alsmede het Openbaar Ministerie, in hoger beroep. Dit hoger beroep diende inhoudelijk op 26 en 27 oktober 2016, waarna het Gerechtshof aankondigde het onderzoek op 23 november 2016 te zullen sluiten, en onmiddellijk uitspraak te zullen doen.

 

Vervolgens heeft het Gerechtshof op 23 november 2016 tussenarrest gewezen, en daarmee geen einduitspraak gedaan. Het Gerechtshof sloot allereerst het onderzoek ter terechtzitting, en deed uitspraak, maar berichtte de aanwezigen in de zittingszaal ook onmiddellijk, dat gedurende beraadslaging in raadkamer zou zijn gebleken dat het onderzoek niet volledig is geweest. Daarmee achtte het Gerechtshof zich onvoldoende voorgelicht, teneinde en beslissing te kunnen nemen.

 

Het Gerechtshof stelde dat het ballistisch onderzoek in de zaak rondom de dood van de heer B. Smit in het Dwingelderveld onvolledig is geweest, als gevolg waarvan geen uitspraak gedaan kan worden aangaande het standpunt van het Openbaar Ministerie, en de verweren van de verdediging in die zaak. Daarnaast achtte het Gerechtshof de rapporten van de gedragsdeskundigen aangaande psychische gesteldheid van de verdachten, te gedateerd.

 

Het Gerechtshof stelde daarom:

 

“Het hof acht het noodzakelijk dat op bovenstaande punten nader onderzoek wordt verricht. Het dossier dient te worden gecompleteerd met – indien mogelijk – een volledig schotbanenonderzoek en eenduidige informatie – hetzij ingetekend op een kaart, dan wel op andere wijze – omtrent de onderlinge afstand van de hulzen en op welke afstand daarvan het lichaam van [slachtoffer 1] zich bevond in de greppel. Voor zover dit relevant geacht wordt, dient ook concrete informatie over het uitwerpen van de hulzen door het wapen voorhanden te zijn. Voorts dient onderzoek gedaan te worden naar de vraag of uit het rugletsel, eventueel in samenhang met overige voornoemde omstandigheden, conclusies getrokken kunnen worden over de wijze van slepen van het lichaam.

 

Met inachtneming van deze informatie en alle relevante andere reeds in het dossier opgenomen onderzoeksresultaten, dient nader integraal onderzoek te worden verricht, naar de elkaar uitsluitende scenario’s van het openbaar ministerie en de verdachte, voor zover dat volgens te benoemen deskundigen mogelijk is. Dit betreft enerzijds het scenario dat, aldus verdachte, er enkel geschoten is vanuit de greppel en dat het slachtoffer aan het bovenlichaam en de schouders, naar een plaats verderop in de greppel is gesleept. Anderzijds houdt het scenario van het openbaar ministerie in dat er vanaf meerdere punten op het slachtoffer geschoten is en dat het slachtoffer in meerdere fases aan de benen is versleept. Bij voornoemd onderzoek dient de locatie in de greppel van waar geschoten is, zoals verdachte en zijn medeverdachte die onder meer ter zitting van het hof hebben aangeduid en zoals die uit het onderzoek ter plaatse is vastgelegd, te worden betrokken.

 

(…)

 

Uit het hiervoor overwogene volgt dat het hof nader technisch forensisch (deskundigen) onderzoek naar de verschillende scenario’s noodzakelijk acht. Dit door het hof noodzakelijk geachte nadere onderzoek zal zonder meer enige tijd in beslag nemen. Consequentie daarvan is dat de nadere behandeling van de strafzaak van verdachte en de beoordeling van zijn persoon – mede op basis van de rapportages – niet eerder dan over enige tijd aan de orde is. Het hof vindt in het bovenstaande aanleiding te oordelen dat de rapportages van de deskundigen Ronhaar en Boer van 28 november 2014 én die van Van Gestel en Van Casteren van 26 augustus 2015 een (korte) aanvulling of actualisering behoeven. Het hof wenst te worden geïnformeerd over de vraag of hun conclusies en adviezen nog steeds van kracht zijn en indien dat niet het geval is, in welke zin zij bijstelling behoeven. Opgemerkt zij dat de deskundigen opnieuw met verdachte dienen te spreken alvorens aanvullend te rapporteren. Het hof gaat ervan uit dat verdachte daaraan zal meewerken.”

 

De zaak zal dus aangehouden worden voor onbepaalde tijd, waarbij het dossier terug wordt gezonden naar de Raadsheer-commissaris. Deze onderzoeksraadsheer zal de door het Gerechtshof benoemde onderzoekspunten verder uitzetten, waarna het dossier uiteindelijk gecompleteerd wordt naar wens van het Gerechtshof.

 

Een neveneffect van deze beslissing van het Gerechtshof is dat thans geen einduitspraak wordt gedaan, en de strafzaak weer de nodige vertraging oploopt. Dit, terwijl het Gerechtshof eerder aangaande onderzoekswensen van de verdediging oordeelde, dat zij voldoende voorgelicht was. Als gevolg van deze vertraging, heeft staatssecretaris Dijkhoff extra tijd gekregen zijn beleidsplannen aangaande de levenslange gevangenisstraf nader te concretiseren, en weer aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal voor te leggen. Of deze beleidsplannen de komende periode wel gaan voldoen aan de eisen van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Hoge Raad der Nederlanden, is maar zeer de vraag.

 

Klik hier voor het tussenarrest van het Gerechtshof Leeuwarden de dato 23 november.

 

Klik hier voor de publicatie in de Telegraaf.

 

Klik hier voor de publicatie in het NRC.

 

 

Comments are closed.