24nov

24 november 2015:

 

Baanbrekend vonnis in meervoudige moordzaak tegen Admilson R.:

 

Op 24 november 2015 heeft de Rechtbank Noord-Nederland, locatie Assen een baanbrekend vonnis gewezen in de meervoudige moordzaak tegen Admilson R. De Rechtbank ging niet mee in de eis van het Openbaar Ministerie tot een levenslange gevangenisstraf, maar oordeelde – moedig – dat een levenslange gevangenisstraf in strijd is met artikel 3 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

 

Op 27 oktober 2015 bepleitte de verdediging al dat de resultaten van het onderzoek in het Pieter Baan Centrum terzijde geschoven dienden te worden, en dat de conclusies voortvloeiend uit de contra-expertise leidend zouden moeten zijn voor de overweging ten aanzien van een straf en/of maatregel. Daarbij gold voor de verdediging vervolgens ook, dat een levenslange gevangenisstraf in strijd was met het EVRM, en daarom niet eens aan de orde kon zijn. De uitkomst zou, het voorgaande samengenomen, een (middel)lange gevangenisstraf, al dan niet gecombineerd met een tbs-maatregel, zijn.

 

Maar waarom is een levenslange gevangenisstraf nu niet mogelijk? Uit artikel 10 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht vloeit voort dat een gevangenisstraf tijdelijk, of levenslang kan zijn. In Nederland betekent dit ook daadwerkelijk levenslang; dus tot de dood er op volgt.

 

Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna EHRM), is een levenslange gevangenisstraf enkel niet in strijd met artikel 3 EVRM, wanneer er ‘any prospect of release’ is. Dit houdt dus in dat de tot levenslang veroordeelde enig perspectief op een invrijheidstelling moet blijven houden.

 

Vervolgens geldt, dat ‘any prospect of release’ niet alleen in het recht (de jure) maar ook feitelijk, in de praktijk (de facto), dient te bestaan in de strafrechtpraktijk. In Nederland is daar, zo stelt de verdediging, geen sprake van. In het Nederlandse bestel kent men via de Gratiewet, de mogelijkheid tot gratiering. Dit zou (de jure) betekenen dat een tot levenslang veroordeelde de mogelijkheid heeft tot gratiering, en dat daarmee (nog steeds de jure) ‘any prospect of release’ is.

 

In Nederland is echter, de facto, geen enkele prospect of release, en wel om de volgende redenen. In de afgelopen jaren, is voor de laatste maal in 1983, feitelijk gratie verleend. In 2009 is nogmaals gratie verleend, maar dit was aan een terminaal zieke tot levenslang veroordeelde (patiënt), die middels gratiering de kans kreeg om thuis (in vrede) te sterven. Dit is geen gratie, zoals gratie bedoeld is middels de Gratiewet. Men kan dus op grond van de Gratiewet zo veel als hij/zij wenst om gratie verzoeken, maar in de praktijk wordt dit nooit toegekend. Althans niet meer sinds 1983.

 

De verdediging heeft zich daarom op het standpunt gesteld dat er de facto geen prospect of release bestaat, en de levenslange gevangenisstraf zich derhalve niet laat verenigen met artikel 3 van het EVRM.

 

Dit is baanbrekend, en niet eerder vertoond. Als gevolg van voorgaande overweging, stelde de Rechtbank vervolgens dat, hoewel de ernst van de feiten an sich wel een levenslange gevangenisstraf rechtvaardigt, maar het feit dat dus sprake is van strijd met artikel 3 EVRM, oplegging van die straf onmogelijk maakt. Derhalve legt de Rechtbank een gevangenisstraf op voor de duur van 30 jaren, gevolgd door een tbs-maatregel.

 

Het Openbaar Ministerie en de verdediging hebben 14 dagen voor het instellen van hoger beroep.

 

 

Klik hiervoor het volledige vonnis van de Rechtbank

 

Klik hiervoor het volledige vonnis van de Rechtank in de zaak van de medeverdachte.

 

Klik hier voor het item van Hart Van Nederland, SBS6.

 

Klik hier voor het item van RTV Drenthe.