18jun

Comments closed
18JUN
by Nathalie Verpaalen Comments closed

18 juni 2015:

 

Zijn afgeschermde, en dus beperkt toegankelijke facebook-berichten, smadelijk?

 

Wanneer men woorden uit, die weliswaar waar zijn, maar die daarbij ook iemands eer of goede naam aanranden, kan men zich schuldig maken aan smaad op grond van artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht.

 

Artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht luidt namelijk:

 

Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

 

In een tijd waarin twitter, instagram en facebook hoogtij vieren, en de (wereld)bevolking naar hartelust emoties en opinies uit, ligt smaad op de loer. Want, wanneer je zegt wat je voelt en denkt, en wanneer dit weliswaar de waarheid is, kan dat alsnog betekenen dat dit iemands eer en/of goede naam aanrandt, als gevolg waarvan de emoties en opinies smadelijk zijn.

 

De crux is echter het volgende. Wil sprake kunnen zijn van smaad, dan dient de verdachte het kennelijke doel te hebben, om ruchtbaarheid te geven aan een bepaald feit (de emotie of opinie). De vraag die daarbij rijst, is of het publiceren van een emotie of opinie middels een afgeschermd social-media-account, een smadelijke handeling is. Want, als de account afgeschermd is, in welke mate wordt dan ruchtbaarheid gegeven aan de emotie of de opinie?

 

Deze vraag staat centraal in diverse uitspraken van de Nederlandse rechterlijke macht. Eerder oordeelde het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch ten aanzien van voornoemde ‘ruchtbaarheid’, als volgt. In een zaak had de verdachte in zijn of haar msn-naam diverse bewoordingen vermeld, waarmee een derde in zijn of haar eer of goede naam was geschaad. De verdachte bekende ook dat hij de bewoordingen in de naam had vermeld. Feit was, dat de msn-naam slechts voor een beperkte kring van msn-contacten (10 contacten) leesbaar was, en dat de naam slechts voor beperkte duur gebruikt werd.

 

Het Gerechtshof oordeelde als volgt:

 

Onder ‘ruchtbaarheid geven’ als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht dient te worden verstaan, het ter kennis van het publiek brengen. Met zodanig publiek, is een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden bedoeld.

 

Het Hof stelt voorop dat het gebruik van een chatprogramma als MSN of een ander digitaal netwerk (als Hyves of Facebook) op een wijze als door de verdachte gedaan, in beginsel kan leiden tot het plegen van het delict als ten laste gelegd. Immers, ook langs deze weg kan een grotere groep personen, bestaande uit willekeurige derden, bereikt worden. zodoende kan ruchtbaarheid gegeven worden als bedoeld in artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht.

 

In de onderhavige zaak is door de politie geen nader onderzoek verricht naar de omvang van de groep van personen (vriendenkring) die verdachte tot haar MSN-account had toegelaten, en evenmin is er onderzoek verricht naar de samenstelling van die groep. Ook ontbreekt verdere informatie omtrent de vraag hoe lang de teksten op MSN voor anderen zichtbaar zijn geweest.

 

Een en ander leidt het Hof tot de conclusie dat, nu de stelling van de verdachte door de voorhanden zijnde bewijsmiddelen niet kan worden weerlegd, niet kan worden vastgesteld dat de teksten kenbaar zijn geworden voor een bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden. Aan het bestanddeel ‘met het kennelijke doel daaraan ruchtbaarheid te geven’ is derhalve niet voldaan en om die reden dient verdachte te worden vrijgesproken van hetgeen ten laste is gelegd.’

 

Voor de beantwoording van de vraag of ruchtbaarheid wordt gegeven aan een bepaalde emotie of opinie, is het dus van belang dat duidelijk wordt gedurende welke periode de bepaalde emotie of opinie is geventileerd, op welke wijze dit is geventileerd en hoeveel personen dit heeft bereikt, wil voldaan worden aan het bestanddeel ‘ruchtbaarheid geven’. In het geval van een afgeschermde facebook-account, valt op het ‘ruchtbaarheid geven’, wellicht dus wel het één en ander af te dingen.

 

In de zaak contra cliënt gold, dat hij gedurende een korte periode, op een afgeschermd facebook-account met slechts 30 vrienden een bepaald bericht heeft geplaatst. Desondanks heeft het mogelijk smadelijke bericht, aangever weten te bereiken. Zijdens de verdediging is aangevoerd dat gelet op de omstandigheden van het geval, aan de hand van voornoemd arrest van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch, geen sprake is van ‘ruchtbaarheid geven’.

 

Desalniettemin oordeelde de Politierechter anders, waarbij hij speciale aandacht schonk aan het feit dat het bericht, mogelijkerwijs door een ‘lekkende vriend’, aangever heeft weten te bereiken. Mogelijkerwijs doelde de Politierechter hierbij op het publiek, zijnde de bredere kring van betrekkelijk willekeurige derden. Zo is de uitspraak echter niet gemotiveerd, als gevolg waarvan zijdens de verdediging hoger beroep is ingesteld.

 

Wanneer het hoger beroep zal worden behandeld, is nog onduidelijk.

Comments are closed.