18apr

Comments closed
18APR
by Nathalie Verpaalen Comments closed

18 april 2016:

 

Recordbedrag aan vergoeding ex-verdachten:

 

Nog nooit kregen zoveel ex-verdachten een vergoeding wegens onterecht gemaakte kosten of onterecht ondergane hechtenis.

 

Op grond van artikel 89 van het Wetboek van Strafvordering, kan de ex-verdachte na eindiging van een strafzaak zonder oplegging van straf of maatregel, een schadevergoeding verzoeken voor de tijd die hij onterecht in detentie, voorlopige hechtenis of klinische observatie heeft gebleven. Dit ziet dus toe op de tijd dat de ex-verdachte zijn vrijheid is ontnomen.

 

Daarnaast kan de ex-verdachte, op grond van de artikelen 591 en 591a van het Wetboek van Strafvordering, vergoeding verzoeken van gemaakte kosten die het onderzoek hebben gediend, reis- en verblijfkosten en kosten voor de raadsman, indien de strafzaak is geëindigd zonder straf of maatregel, of zonder dat sprake is geweest van toepassing van artikel 9a van het Wetboek van Strafvordering (het rechterlijk pardon).

 

Het NRC, de NOS en andere nieuwsbronnen berichten vandaag dat door Nederlandse rechters in 2015 bijna 17.600 keer een schadevergoeding is toegekend aan ex-verdachten, wegens onterecht ondergane detentie, en onterecht gemaakte kosten. Onder deze gemaakte kosten, vallen dan dus onder andere reis- en verblijfkosten en kosten voor de raadsman. In totaal werd in 2015 bijna voor 28 miljoen euro aan schadevergoeding toegekend; een absoluut recordbedrag.

 

Feit is dat rechters blijkbaar ook vaker instemden met verzoeken ex artikel 89, 591 en 591a van het Wetboek van Strafvordering. Bijna 95% van de verzoeken werd in 2015 toegewezen, in tegenstelling tot 84% in 2014.

 

In dit kader is dan belangrijk dat de huidige strafrechtpraktijk in Nederland dus jaarlijks tot een financiële aderlating leidt, onder andere omdat verdachten (ten tijde van het onderzoek) te snel en te vaak hun vrijheid wordt ontnomen. Hoewel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in principe zeer duidelijk is over de vrijheidsbeneming van verdachten, waarbij het ‘vrij-tenzij-criterium’ een centraal staat, is Nederland in optiek van ons kantoor te snel met toepassing van vrijheidsbenemende dwangmiddelen. Wanneer dat dan achteraf dus onterecht blijkt, is de rekening die gepresenteerd wordt middels voornoemde verzoeken, enorm.

 

Ons kantoor hoopt dan ook dat dit leidt tot een strenge toets ten aanzien van vrijheidsbeneming en verdachten in minder gevallen hun vrijheid wordt ontnomen. Een terughoudende attitude drukt daarmee niet alleen de kosten, maar is veel belangrijker nog, in lijn met waar wij als samenleving voor pretenderen te staan; de onschuldpresumptie.

 

 

Comments are closed.