28nov

Comments closed
28NOV
by Nathalie Verpaalen Comments closed

28 november 2016:

 

10 jaar lang toezicht van de reclassering:

 

Cliënt is eerder veroordeeld tot een tbs-maatregel met dwangverpleging, in verband met het voorhanden hebben en verspreiden van kinderporno. Nu, een aantal jaar later, wordt hij hier opnieuw van verdacht.

 

De eis van de Officier van Justitie luidde, gelet op persoonlijke omstandigheden van cliënt en zeer traag optreden van politie en justitie, een gevangenisstraf voor de duur van een jaar (geheel voorwaardelijk), met een proeftijd voor de duur van 10 jaren.

 

Mevrouw mr. Lut heeft hiertegen fel verweer gevoerd, stellende dat uit jurisprudentie blijkt dat in soortgelijke zaken frequenter een langere proeftijd wordt opgelegd, maar dat dit dan voor de duur van 3 tot 4 jaren is. Gelet op het feit dat cliënt op zitting te kennen gaf wel een langere proeftijd te ‘wensen’, omdat hij dan een stok achter de deur ervaart, verzocht de verdediging de Rechtbank uiteindelijk om wel een langere proeftijd op te leggen, maar de eis van het Openbaar Ministerie te matigen.

 

Maar wanneer mag nu een langere proeftijd opgelegd worden?

 

In de meeste gevallen stelt de strafrechter de proeftijd vast op twee jaren. Dit houdt in dat de verdachte zich gedurende twee jaren dient te houden aan in ieder geval de algemene voorwaarde, dat hij geen nieuwe strafbare feiten pleegt gedurende de proeftijd, zoals gesteld in artikel 14c lid 1 onder a van het Wetboek van Strafrecht. Indien wel nieuwe strafbare feiten gepleegd worden, kan de voorwaardelijke gevangenisstraf alsnog worden omgezet in een onvoorwaardelijke gevangenisstraf die dient te worden uitgezeten.

 

Verder kunnen gedurende de proeftijd bijzondere voorwaarden worden opgelegd, ex artikel 14c lid 2 van het Wetboek van Strafrecht. Hierbij kan gedacht worden aan een locatiegebod of -verbod, een meldplicht, een drugsverbod of een behandeling.

 

Feit is dat de proeftijd ook langer of korter kan duren dan de ‘gemiddelde’ duur van twee jaren. Zo kan de rechter dus ook bepalen dat de proeftijd maar één jaar duurt, of drie jaar. Want de proeftijd duurt maximaal drie jaar, zoals gesteld in artikel 14b lid 1 van het Wetboek van Strafrecht. Verder stelt de wet dat de proeftijd ten hoogste tien jaren kan bedragen, indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Dit laatste is dus het toetsingskader voor een langere proeftijd; langer dan drie jaren.

 

Voornoemd toetsingskader speelde in casu dus ook een rol, waarbij het Openbaar Ministerie meende dat door het voorhanden hebben en verspreiden van kinderporno sprake is van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen, dat dus een risico op letselschade geeft, en waarmee een langere proeftijd gerechtvaardigd is. Het Openbaar Ministerie meende daarbij dat de behandeling van cliënt in deze zo lang in beslag kon gaan nemen, dat een toezicht gedurende tien jaren noodzakelijk is.

 

De Rechtbank doet op maandag 12 december 2016 uitspraak.

 

Klik hier voor het artikel in het Eindhovens Dagblad naar aanleiding van de zitting de dato 28 november 2016.

Comments are closed.